Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

3 feb 2021 | Werk en Opleiding

wat is een bijvoeglijk naamwoord

Taalonderwijs begint al op de kleuterschool, waar de jonge kinderen enthousiast worden gemaakt voor de taal. Al vanaf groep 1 wordt gewerkt aan een basis voor de ontwikkeling van de taal. Spelenderwijs worden begrippen eigen gemaakt, te beginnen bij het leren herkennen van de letters. Het is leuk om te zien wanneer zij de letters van hun eigen naam gaan herkennen. Dit helpt zeker wanneer zij in groep 3 komen en kennis maken met het ‘echte’ taalonderwijs. In groep 3 leren kinderen lezen en schrijven en maken zij de eerste stap naar taalbewustzijn. Hoe meer dingen geautomatiseerd raken in hun hoofd, hoe beter zij in staat zijn om te schakelen en vanaf die basis verder te leren, zich verder te ontwikkelen. Taal is belangrijk om je goed uit te kunnen drukken, om anderen iets duidelijk te kunnen maken, maar ook om te begrijpen wat iemand anders zegt. 

Maar eigenlijk begint de ontwikkeling van de woordenschat al op peuterleeftijd, zodra zij leren praten gaan zij de ‘verbale strijd’ aan met hun ouders, grootouders en oppas. Al vrij jong kunnen zij kleuren, dieren en andere dingen onderscheiden en benoemen.

Bijvoeglijk naamwoord thuis leren met thuis onderwijs

Toen vorig jaar COVID-19 inbrak in ons leven dachten we met een paar weken thuisblijven van het Coronavirus af te komen. We hielden ons zo goed mogelijk aan de voorschriften, bleven thuis, zorgden ervoor dat de kinderen onderwijs kregen en probeerden ons werk zo goed en zo kwaad als mogelijk voort te zetten. Het was een beetje pionieren en gaf daarom wel energie. Voor velen was het ook een soort time out, een onderbreking van de sleur en een unieke kans om te genieten van thuis en gezin.

Inmiddels is COVID-19 niet weg en rukken ook buitenlandse varianten op. We zitten sinds half december in een tweede lockdown en er wordt flink op los gedebatteerd over de maatregelen en mogelijke gevolgen, waarbij het onderwijs een belangrijk issue is. Onderwijspersoneel, -deskundigen maar ook veel ouders zitten met de handen in het haar en zijn bang dat de leerachterstand bij kinderen fors zal oplopen. Vooral kinderen die thuis geen veilig leefklimaat hebben, krap wonen of ouders hebben die niet in staat zijn om hun kinderen les te geven, zijn de dupe. De politieke lobby is nu in die zin gelukt dat de kinderen binnenkort weer naar school mogen, hetzij met een aantal maatregelen om dat zo veilig mogelijk te laten gebeuren. Het is overigens niet alleen de lesstof die de kids moeten ontberen, zij beginnen het sociale contact ontzettend te missen, net zoals wij allemaal trouwens.

Bijvoeglijk naamwoord 1 van de moeilijke zaken in de Nederlandse taal

Nederlands is niet de gemakkelijkste taal om te leren, hoewel het gemakkelijker is wanneer je in Nederland geboren en getogen bent. Kinderen van wie de ouders goed Nederlands spreken, spreken het over het algemeen zelf ook goed. Dus ouders: houd jezelf de spiegel voor en let op je taalgebruik, zodat je kinderen het juiste voorbeeld krijgen/horen. Ze kunnen er op school hun voordeel mee doen wanneer zij de taal op de juiste wijze ‘toegediend’ hebben gekregen, veel is dan al geautomatiseerd in hun hoofd en dus een vanzelfsprekendheid.

Het bijvoeglijk naamwoord vinden door zinnen ontleden

Als je een zin in stukjes knipt, spreek je van zinsontleding of redekundig ontleden. Dat zijn twee – eigenlijk drie – begrippen die hetzelfde betekenen. Een zinsdeel kan uit één woord bestaan of uit meerdere woorden. Ieder zinsdeel heeft zijn eigen taak in de zin.

Zinsontleding is handig om zinnen te kunnen snappen. Zeker bij moeilijke zinnen helpt het als je ze ontleedt, om de betekenis beter te kunnen begrijpen. Ook bij het leren van een andere taal is zinsontleding een handig instrument. Het is niet zo dat zinnen in alle talen hetzelfde zijn opgebouwd, maar het biedt wel inzicht. 

Op de wijzeroverdebasisschool.nl vind je een handig stappenplan:

  • De persoonsvorm is het werkwoord dat verandert wanneer je de tijd of het getal van de zin verandert. 
  • Het gezegde bestaat uit alle werkwoorden in de zin, inclusief de persoonsvorm.
  • Het onderwerp vind je als je jezelf de vraag stelt ‘wie/wat + gezegde’.
  • Het lijdend voorwerp is het antwoord op de vraag ‘wie/wat + gezegde + onderwerp’.
  • Het meewerkend voorwerp is te vinden door middel van de vraag ‘wie/wat + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp’.
  • Een bijwoordelijke bepaling is een zinsdeel dat iets toevoegt over plaats of tijd.

Als je het onderwerp verder uitdiept leer je dat het uit een of twee woorden kan bestaan, maar ook uit langere zinsdelen. Het onderwerp bevat een persoonlijk voornaamwoord of een zelfstandig naamwoord. En daar komen we op het bijvoeglijk naamwoord, dat zegt iets over het zelfstandig naamwoord. 

Uitleg over het bijvoeglijk naamwoord

Het bijvoeglijk naamwoord of adjectief zegt iets over het zelfstandig naamwoord, het geeft een eigenschap of kenmerk daarvan aan. Voorbeelden zijn: een rode fiets, de lieve hond, die prachtige auto. Deze gewone bijvoeglijke naamwoorden eindigen vaak op -e. Er zijn ook stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden, die eindigen meestal op -en. Voorbeelden zijn: de houten deur, de katoenen jurk, de zilveren lepel.

Met een eenvoudig trucje kun je zien of het om een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord gaat, dat zie je als je de zin omdraait: 

  • De oude ring – de ring is oud 
  • De gouden ring – de ring is van goud

Als in de omgedraaide zin het woordje ‘van’ komt te staan, heb je te maken met een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.