Ral-9001

7 jan 2021 | Wonen

Ral-9001

Een wit interieur? Geheid dat je Ral-9001 op de kozijnen of muren hebt zitten. Het is de wat warmere meer geliger wit, in vergelijking met de eveneens populaire wat hardere Ral-9010 kleur wit. Ral-9001 wordt crème wit of gebroken wit genoemd. Sommigen mensen menen dat het lijkt op de kleur van koffiemelk. 

Een wit interieur is tegenwoordig heel gewoon en lijkt zelfs de standaard alhoewel de trend ons laat zien dat er weer meer kleur in het interieur komt. Al met al blijft wit het uitgangspunt. Dat was vroeger wel anders. Koop een oud huis en de kans is groot dat je alle mogelijke kleuren in het interieur aantreft. Soms een aantal keren overgeschilderd of verstopt achter behang. Witte interieurs waren er ‘vroeger’ niet of nauwelijks. 

De tijd dat RAL 9001 nog niet bestond, kalkwit was de norm

In de middeleeuwen moesten schilders het doen met vooral aardetinten zoals omber en gele en rode oker. De balklagen en houten vloeren en muren werden vaak in een okerkleur of in een bruin- of groentint geschilderd. Men schroomde ook niet om er versieringen op aan te brengen, daar was veel aandacht voor. Alleen voor stallen werd witkalk ingezet om de muren een frisse tint te geven. Aan deze witkalk werd in die tijd lakmoes toegevoegd, een blauw-violet poeder dat in een basische (waterig) oplossing blauw werd en in een zure oplossing rood kleurde. In dit geval werd het blauw. Daar werd het nog frisser van. 

In de zestiende en zeventiende eeuw werd de buitenkant van het huis geschilderd in oker en natuursteenkleuren. Bentheimer is een zachte okerkleur die veel op gevels werd toegepast. De muurankers werd zwart geschilderd. Het zachte groen kwam op luiken en deuren terecht. Dit bleef lange tijd de ‘trend’, alhoewel er van een trend eigenlijk geen sprake was. Dit waren de kleuren en die werden jarenlang ingezet.  Met één opvallend verschil, schuiframen werden vanaf de achttiende eeuw in zachtgroen maar soms ook al in helder wit geschilderd. 

Het achttiende-eeuwse interieur was verre van RAL 9001 wit

Het interieur was in die achttiende eeuw aan vernieuwing toe. De kleuren die werden toegepast waren sprekender. Paarsrood, blauw en groen kregen hun plek. Soms werd ieder vertrek in een andere kleur geschilderd naargelang de functie ervan. Binnen zo’n kamer wist men ook raad met het variëren in kleur. Een lambrisering kreeg een totaal andere kleur dan de muur daarboven. Het plafond werd weer van een andere kleur voorzien, evenals de vloer en de deuren. Het was een bonte mengeling en vooral donkere kleuren werden toegepast. 

In 1830 was er dan het ‘grachtengroen’ waar nog altijd veel liefhebbers van zijn. Grachtengroen is niet weg te denken uit onze Hollandse dorpen en steden. Aan het einde van die achttiende eeuw deden kleuren als brons en olijfgroen (tegenwoordig weer helemaal ‘in’) en rood en okergeel hun intrede. In de negentiende eeuw werd de ‘huis- en decoratieschilder’ als vak geïntroduceerd. Deze schilder mengde zelf zijn verf en zijn kleuren, een tijdrovende klus. Pigmenten en bindmiddelen kwamen eraan te pas om de juiste kleur verf aan te maken. Eind negentiende eeuw vond dit meer en meer in kleine fabrieken plaats. Dat gebeurde met behulp van zogenoemde walsmolens. De verfmolens in de Zaanstreek zorgden voor een wat grotere productie van verfstoffen, maar de kleuren waren beperkt. Tegenwoordig is de verfmolen De Kat (1782) een bijzonder historische plek en je kunt er nog altijd pigmenten ‘uit die tijd’ kopen. 

Een verfwerkplaats bestond in die tijd uit een ruimte met ladders en steigers. Brandijzers voor het afbranden van verf, puimsteen en schuurpoeder om te schuren en verder waren er uiteraard veel kwasten aanwezig. Alsook sjablonen voor hout- en marmer-imitaties. Hieruit blijkt wel dat de schilders in die tijd ware kunstenaars waren. 

In de loop van de achttiende eeuw werd langzaamaan de synthetische verf uitgevonden. In 1828 was er al het synthetische ultramarijn, wat leidde tot blauwe interieurs. Ook werd het lakmoes hiermee vervangen. Felblauwe muren waren in stallen geen uitzondering. 

Verfindustrie krijgt in negentiende eeuw een boost

In de negentiende eeuw kreeg de verfindustrie echt een boost. Steeds meer synthetische kleuren deden hun intrede en dat zorgde ervoor dat de keuze steeds groter werd. Ook verschenen dan de tube en het verfblik. Vanaf dan was er geen sprake meer van pigment vermengd met eigeel en lijm, het zogenoemde tempera. Of pigment vermengd met lijnolie afkomstig uit lijnzaad. Synthetische verven werden samengesteld op basis van aardolie. Een groot verschil met de glanzende diepere kleuren als een pigment vermengd werd met lijnolie. In de twintigste eeuw werd er meer en meer gekozen voor verven op basis van water. 

Pas in de jaren zestig en zeventig kwam meer en meer het witte interieur in zwang. Geen kalk- of krijtwit of zelfs loodwit, wat weliswaar goed dekkend was maar zeer giftig. Hollands loodwit werd wereldwijd gebruikt. En het is inderdaad een prachtig wit, maar wat in de zeventiende eeuw gewoon was, kan tegenwoordig niet meer. Langzaamaan werd wit meer en meer uit zink en tin gewonnen. Inmiddels wordt het wit synthetisch samengesteld. 

Het RAL-systeem doet zijn intrede

We kennen tegenwoordig enorm veel tinten wit. Soms krijgt het een mooie naam, maar altijd een nummer. Het RAL-systeem is een codering om kleuren te duiden. Het werd in 1927 in Duitsland ontwikkeld en de letter R A L staan voor: ReichsAusschuss für Lieferbedingungen. De klassieke RAL lijst bestaat uit 215 kleuren. Toen het systeem in 1927 zijn intrede deed waren dat nog maar veertig kleuren. En het staat nog altijd niet stil. In 2020 werden op de internationale meubelbeurs in Keulen twee nieuwe kleuren gepresenteerd: RAL 2017 RAL Orange en RAL 9012 Reinraumweiss/Clean Room White. Dus nog een nieuwe wit!

Je kunt je hoofd over de witte breken als je een keuze moet maken. Naast het RAL 9001 crèmewit zijn er echter in RAL ook: grijswit, signaalwit, zuiver wit, verkeerswit, papyruswit, parelmoerwit. En vast nog veel meer. Allemaal verschillend van toon, dekking en lichtheid. Creatieve benamingen van de witten zijn bijvoorbeeld: melk of witte waas. Wolkwit en sneeuwwit. 

In alle gevallen bestaat de keuze uit een helderwit of een warmer wit. Daartussen zitten allerlei schakeringen. De keuze is ook afhankelijk van de ruimte. Komt de zon er vaak? Is het wit bestemd voor een op het noorden gelegen kamer? Kies je voor die wit met een groene koele ondertoon of de wit met een oranjerode warme ondertoon? Kies je voor een matte tint dan absorbeert dat meer licht dan een glanzend oppervlak dat weer meer diepte geeft. Een wit interieur, daar kun je meerdere wittinten in toepassen. Of je nu kiest voor helderwit of koffiemelkwit zoals de RAL 9001. Een mooie uitdaging.